VOERTUIGBEHEERING
Het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de motor bestaat uit in totaal twaalf oefeningen, ingedeeld in vier clusters:
- lopen met de motor en gebruik van de standaard (één oefening deze is verplicht);
- verrichtingen bij lage snelheid (vijf oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator);
- verrichtingen bij hogere snelheid (drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator);
- remoefeningen (drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator).
Naast de vier verplichte oefeningen kiest de examinator er drie uit de overige acht.
Als je slaagt voor het examen voertuigbeheersing, ontvang je een uitslagformulier waarmee je kunt opgaan voor het examen verkeersdeelneming. Het uitslagformulier is één jaar geldig.
|